Chaam is een van de oudste dorpen in het gebied ten zuiden van Breda. Al in 422 zou ‘Cambe’ vermeld zijn in de ‘Lex Salica’ ook wel de ‘Sallische Wetten’ genoemd. De naam wijzigde in de loop der jaren via Came (1299) naar Chame (1364) tot Chaam in 1422. Het element ‘Cam’ zien we terug in de namen van andere steden met een verwijzing naar water. Chaam is gevestigd in het Twee-Stromenland van Groot Heiveltsebeek en Roode Beek op de vruchtbare strook tussen deze beken in. Chaam bestond uit meerdere kleine gehuchten namelijk Dorp, Snijders, Ginderdoor, Houtgoor, Meijsberg en Leg.
Het water is altijd van betekenis gebleven. Om de huizen droog te houden en te laten afwateren, groef men vroeger aan de straatzijde een diepe gracht. Het zand werd gebruikt als ophoogzand voor de tuin en de straat. Deze grachten zijn nog altijd zichtbaar bij de Ledevaertkerk en de voormalige R.K. Pastorie. Ook het als burgemeester-woning gebouwde huis draagt nog de naam ‘De Kuil’.
Chaam en Alphen zijn met elkaar verbonden vanuit de geschiedenis. Rond 1313 kregen ze een gezamenlijke schepenbank met vertegenwoordigers uit zowel Alphen als Chaam. De eenheid van Alphen en Chaam werd tijdelijk onderbroken door Napoleon in 1810, maar in 1997 werden ze opnieuw één gemeente.
In Chaam staan meerdere monumenten, zoals de schuurkerk, de Ledevaertkerk, de H. Antonius Abt, de Pelicaenhoeve, een oude school en langgevelboerderijen, maar ook het heden heeft geweldige “monumenten” zoals de 8 van Chaam, die sinds 1933 uitgegroeid is tot een prachtig Internationaal Wielerfestijn.
Landbouw, tuinbouw en veeteelt kwamen en komen in de regio veel voor en de bossen rondom Chaam zijn prachtig om te recreëren.